Fabel

Met de rode spikkels van de geroofde kersen nog om zijn bek wroette hij zich boven de grond. ‘Haha’. Als een reuzeluis véérde hij uit de zwarte aarde omhoog en zette het op een lopen onderwijl ja onderwijl krukken fabricerend uit zwart, vermolmd...

Toen

Toen Toen?toen riep ik als gek geworden: Waarom? Waarom? Omdat, omdat, omdat dat ene aardvarken, dat ene aardvarken vloekte…?!

I

Jij kroop langs de rozen omhoog. Een lied stond zwetend zijn bril te poetsen, zuigend op een schemerlamp – een brandende fakkel, een insektenpoot in vlam, lichtend in de treurige morgen -.?Jij beplaste het gras en omhelsde een kikker die zong en peultjes kweekte...

XII

Met mijn jagershoed en slecht geslepen geweer holde ik door de bossen en zette vallen voor het vals, laag bij de grondse dichtwild, puntte mijn geweer aan. Ja, hij struikelde, mijn veer, mijn aangepunt geweer, toen hij zong voor jou dit kleine, luid piepende gedicht,...

Sprookje over Heikal

Heikal de hegmus sjilpte lummelig vanuit het holletje in de haag. De dood had touwtjes gewonden om zijn pootjes, teer de hand op zijn schouder gelegd: HEIKAL ZOU NOOIT MEER UITVLIEGEN. Grote kastanjes butsten op de klinkerweg. Bladeren, oud als schimmel, schoven...

Ach, droevig drupt de kraan

Ach, droevig drupt de kraan. Het gerafeld, moegehangen washandje zucht bij zijn zoveelste omhelzing van het verweerd blokje Sunlight zeep en schuurt de ongeschoren wang. Ach droevig drupt de kraan. Verbitterd, vol heimwee herdenkt het de tijd dat het hing naast een...