De dictator

De dictator

Over de molshoop
kwam hij aangegaloppeerd.
Het gras dook diep in de grond,
de elfen staakten in de garages
de reparartie van hun dorsmachines.
Er viel een doodse stilte.

Toen is hij van zijn sprinkhaan gestegen
en aan het werk gegaan.

Kop na kop sloeg hij af
van de halzen die zich uitrekten
OM HEM TE ZIEN.
Krakend heeft hij ze verorberd.

Toen is hij weer op zijn sprinkhaan gestegen
en weggereden.

uit: ‘ Liederen van weemoed, wanhoop en waanzin’

Dit bericht is geplaatst in Poëzie. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.