Dodenvaart*

 

We varen met een zeilboot op de eindeloze zee
De golven deinen lustig en wat meeuwen zeilen mee
De boeg snijdt door het water en er staat een flinke bries
’t Is avond op de Zuidzee en hier zijn geen kolibries

We varen met wat ondernemers uit ons verre land
We zetten zingend onze zorgen piekfijn aan de kant
geen redenen voor stress zijn er, geen sprake van chagrijn
omdat hier geen slampampers en geen vakbondsleden zijn

We varen onder Vuurland door op weg naar ver Hongkong
We willen deze stad bereiken in één grote sprong
Dat zal nog niet eenvoudig zijn, de zeilen zijn gescheurd
de afgebroken mast is door een boeggolf weggesleurd

Ook stroomt er water binnen door een groot gat in de romp
er is iets met de motor én ook met de waterpomp
Vlakbij duiken er haaien uit het joelend water op
We zitten als we eerlijk zijn een beetje in het slop

De haaien glijden loensend door hun helder element
hun vinnen functioneren huiveringwekkend coherent
dat ze ons bloed geroken hebben staat wel buiten kijf
ze gaan, getergd door vraatzucht, zelfs het ankerstaal te lijf

Al is de toestand hachelijk, wij raken niet in stress
We weten wat geluk is en wat zakelijk succes
We tacklen de gevaren met het allergrootst gemak
We voelen ons geweldig in japon en strakke pak

De dichtstbijzijnde haven is op zestienhonderd mijl
We houden elkaars handen vast, dansen in grootse stijl
Al lijkt het einde nader, niemand uit enig verdriet
Want deel van ondernemen is een onverhoopt failliet

Wel baart het ieder zorgen dat het lek niet kan gedicht.
en dat de boot steeds sneller zinkt door menselijk gewicht
De haaien kijken op naar ons, geduldig en brutaal
Ze zien in ons hier op de boot een uiterst sappig maal

Al is er door het water op het dek steeds minder plaats
We lachen en we speuren in geen oog iets desperaats
Toch weten we dat handelen geen verder uitstel duldt
dit is toch wel wat anders dan een flinke muggenbult

Een jonge onderneemster neemt het initiatief
‘We doen een spel dat simpel is en razend objectief
ik noem steeds een getal en tel van honderd naar benee
als ik uw leeftijd noem, roept u luid ‘Bingo’ en ‘Hoezee’

We doen het spel met veel gelach en wie het hoogste scoort
Jonassen wij al zingend met een boog ver overboord
De geestdrift van de haaien is gewoon niet te beschrijven
Terwijl rondom de boot colbertjes op de golven drijven

De haaien die niks kregen, wachten  woedend zwemmend af
tot wij opnieuw een ondernemer werpen in zijn graf
De krijserige meeuwen speuren naar wat er nog drijft
en schrokken op wat er van onze vrienden overblijft

We zijn de ouden dankbaar voor hun stevigheid en vet
Al is het flauw dat Guus zich tegen jonassen verzet
We komen bij de veertigers, die zijn nu aan de beurt
Met veel jolijt wordt Josette het water ingepleurd

Zit nooit bij pakken neer blijkt telkens weer het best devies
Een fikse oostenwind steekt op, het zeil bolt in een bries
De crisis lijkt bezworen, maar dat is nog niet genoeg
De dertigers, is duidelijk, zij juichen veel te vroeg

We worden van dat jonassen toch wel een beetje moe
Soms zegt iemand zijn leeftijd niet, dat geeft een heel gedoe
en iemand deed oneerlijk en ontsnapte met een sloep
het drukt de pret niet want hoeperdepoep zit op de stoep

Terwijl ons bootje voortsnelt, komt ons doel steeds dichterbij
De lichtjes in de verte stemmen enthousiast en blij
We weten dat in Nederland ons liefje op ons wacht
De haaien zijn voldaan en sterren twinkelen in de nacht

Het blijkt dat goede samenwerking toch het meeste loont
De lijst van ondernemers is meteen ook opgeschoond
We zijn nu nog met twee en varen om de laatste klip
Wat is dat nou, daar nadert fluks een monsterachtig schip

We seinen met de zaklamp, maar dat biedt weinig soelaas
Het grijpt ons en vermorzelt ons met gruwelijk schroefgeraas
De haven lag te blinken in de vroege ochtendstond
en daar boort ons een groot concern genaloos in de grond

(Bootje hier, Bootje daar) Denk je aan het slipgevaar
(Bootje hier, Bootje daar) Schud eens met die rammelaar
(Bootje hier, Bootje daar) Wie gebruikt een suspensoir
(Bootje hier, Bootje daar) Zij is onbeteugelbaar
(Bootje hier, Bootje daar) Zwaarbezwete babbelaar
(Bootje hier, Bootje daar) Niemand kent de goochelaar
(Bootje hier, Bootje daar) Dit kan met een scherpe schaar
(Bootje hier, Bootje daar) Nauwelijks Egyptenaar
(Bootje hier, Bootje daar) Stukgeleuterd accessoir
(Bootje hier, Bootje daar) Mijd een grote kinderschaar
(Bootje hier, Bootje daar) Afgedwaalde ooievaar
(Bootje hier, Bootje daar) Duurbetaalde twijfelaar
(Bootje hier, Bootje daar) Bind hem vast op de brancard
(Bootje hier, Bootje daar) Een bijster suffig handgebaar
(Bootje hier, Bootje daar) Leve melkboerhondenhaar
(Bootje hier, Bootje daar) Leve de ondernemerlaar
(Bootje hier, Bootje daar) Leve de promovendelaar
(Bootje hier, Bootje daar) Leve Josette Dijkhuizen…!!!

* Deze variant op de Dodenrit van Drs.P. heb ik geschreven voor de afsluiting van een congres van ondernemers op de UvT op 25 juni 2015. Dit op verzoek van Josette Dijkhuizen die promoveerde met het thema: ondernemen en stress. Vrijwel in dezelfde periode dat ik deze opdracht ontving, overleed Drs. P.. De opdracht en uitvoering, die ik samen met mijn vriendin deed, werd daarmee tevens een kleine hommage aan hem. Een uitvoering van het lied is te zien en beluisteren op YouTube, onder de noemer Dodenvaart. https://www.youtube.com/watch?v=LVKE-c5Sw-k

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Gedichten, stadsdichter. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.