NATUURMUSEUM

NATUURMUSEUM

1.

wat hier bewaard wordt
laat ons zien hoe we geaard zijn
in het zijn

uitgerekt wordt ons bestaan
genekt schijnbaar voorgoed vergaan
hier kunnen we de tijd inkijken
terug veel verder dan vooruit
terug tot wat we waren
bijna even week als water

in dromerig zweven gingen we
op weg naar nu, naar even
kijken in het leven

2.

verstard, versteend, verlost van pijn
als zegel van verloren afscheidsbrief
staat ouder leven dood te zijn

de drift tot jagen is tot nul verzwakt
de tijd zette de spijsvertering stil
er wordt niet meer gekakt

om vulsel spant zich bloedeloos omhulsel
de spieren zijn gemaakt van ijzerdraad
te stevig om zich los te wrikken uit bevroren wil

de tijd verkeert in shock, de wisseling
van nacht en dag heeft geen effect meer op gedrag
als zijn de dieren onderdeel van een defecte klok

gesluip van voeten lijkt hen niet te storen
niks wijst erop dat ze nog geuren kunnen speuren
diep slaapt het zintuig prooien op te sporen

onmachtig staan ze voor het oog te kijk
hun liefdesleven wordt beschreven op panelen
maar van verlangen om te paren geven ze geen blijk

ze staan te staren, apen na wie ze ooit waren
en doen hun domme best om in het stof
dat daalt, hun genenstrengen te bewaren

of staan ze nog met woud en water in contact
met zintuigen die wij niet kennen, zijn ze
bezig om in stilte nog iets te beogen

alsof ze tekenen opzuigen
en broeden op ontcijfering
om ons voor katastrofen uit de kosmos te behoeden

holenbeer, sabeltandtijger, grottenleeuw
was het een gril om jullie aan de evolutieboom te hangen
of overwogen tussenstap naar groter doel

besparen jullie ons met zwijgen zorgen
ligt onnaspeurbaar ver voor ons – voor jullie niet –
het einde van het al verborgen

zien jullie in de tijd het doek dat valt
en gaan jullie ons voor in het museum waarin wij
als trede naar een hoger wezen liggen uitgestald

we zijn voor tijd beleg op brood
van stof waarzonder tijd niet kan bestaan
gewervelde behuizingen voor komen en voor gaan

3.

het onuitroeibaar roofdier tijd bezet hier alle zalen
op alle schalen van bestaan doet zij zich voor
microbe, potvis, stekelvarken, virus

vergaan veranderde de aarde die
om te bestaan tijd tot zich nemen moet

met tijd ook worden wij gevoed
tot aan de laatste ademhap

loop rond, besta, geniet van de aanwezigheid
van wat zich ophoopt bij het aarsgat van de tijd

 

Een natuurmuseum verleidt tot het formuleren van gedachten over tijd en vergankelijkheid. Het laat voorbij leven zien, van ver terug in de tijd tot gister. Het laat in wat het bewaart en tentoonstelt een glimp zien van de geschiedenis van de aarde. Het geeft zicht op de oorsprong van soorten en op onze eigen oorsprong. En op onze plaats in de evolutie. Het plaatst ons tijdsbesef in het juiste perspectief.

Ik droeg dit gedicht voor het eerst voor bij een tentoonstelling van tekeningen van Roos Hollema in het Brabants Natuurmuseum, op 23 april 2015. De tekeningen zijn uitvergrotingen met pastelkrijt van voorwerpen uit het depot van het museum.

Het Brabants Natuurmuseum viert in 2015 zijn 80-jarig jubileum.

 

 

Dit bericht is geplaatst in Gedichten, stadsdichter. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.