THE JASPERIENCE

The Jasperience was een performance die op 15 maart tijdens het spraakmakende literaire festival TiLT tweemaal werd uitgevoerd. Twee kunstenaars, Levi van Huygevoort en Rob van Trier, maakten in 013, op het podium van Stage One, samen vier kunstwerken. Paul van Kemenade inspireerde de kunstenaars met geïmproviseerde jazz (‘effectenbak plus loopstation waarmee hij een angstwekkende puist energie produceerde, hij vertegenwoordigde een heel orkest’ volgens het magazine Ontketende Kunst) terwijl Jasper Mikkers, stadsdichter in Tilburg, kunstenaars en zaal opzweepte met een voordracht waar niet alleen de waanzin maar letterlijk de verf van af spatte. Een dag na de performance kreeg de organisatie drie claims aan de broek van bezoeksters die op de voorste rij hadden gezeten. Hun kleding was verruïneerd. Kosten: 2.300 euro.
De foto’s zijn van fotomaan Charles Waagenaar.


In het programmaboekje was The Jasperience als volgt aangekondigd:

Kunstwerk in uitvoering

De poëzie van geschilderde klanken. Vijf kunstenaars gaan een gevecht aan met het niets. Stadsdichter Jasper Mikkers, paint performer Levi van Huygevoort, saxgigant Paul van Kemenade, verfterrorist Rob van Trier en filmbeest Marius Bruijn. In een cross-over bevechten ze de leegte. Vullen de leegte met betekenis. Improviseren een explosief Gesamtkunstwerk. In een performance die zijn weerga niet kent. Improviserend, op elkaar reagerend zetten ze een performance neer die niet meer uit het geheugen te wissen is. 013 gaat op TiLT!

Brad Stekenveld, redacteur van Ontketende Kunst, magazine voor de artistieke avantgarde, kondigde het optreden als volgt aan:

Vijf kunstenaars gaan een gevecht aan met het niets. In een crossover bevechten ze de leegte. Improviserend, op elkaar reagerend zetten ze een performance neer die niet meer uit het geheugen te wissen is. Het jonge schildersgenie Levi van Huygevoort (´zijn gekte is mooier dan de Mona Lisa’, Beijing Morning Post) bevuilt een enorm vel papier voortgestompt door monomaan gejongleer op sax door het eeuwige wonderkind Paul van Kemenade (‘heftig als een opgevoerde tractor die op de snelweg bolides passeert’, Franfurter Allgemeinen)  terwijl dichter Jasper Mikkers (‘zijn taal vonkt voort uit een kortsluiting tussen hemel en hel’, Le Monde) regels uitschreeuwt van een raadselachtige grootheid en terrorist Rob van Trier (‘als een tomeloze reu markeert hij de wereld met zijn verfsporen’, director World Trade Center, New York) laat het canvas kermen onder zijn onstuitbare penseelmeppen terwijl filmbeest Marius Bruijn (‘zijn filmen is spelen met vuur, celluloid zou in de fik vliegen,’ Jornal Brasil) met zijn CIA-cameravoering de intiemste kanten van deze menselijke gekte vastlegt. Deze vijf hellehonden weten de leegte met betekenis te vullen, al valt niet te definiëren met welke betekenis en hoe. ‘Getuige zijn: dat is de enige mogelijkheid om dit gekkenfeest te vatten.’ (Pravda) ‘Een ontplofbaar Gesamtkunstwerk.’ (Schlesisches Wochenblatt)

Wat Stekenveld schreef, was niet overdreven. Het werd een onuitwisbare performance die trendzettend zal blijken te zijn. De foto’s die hier gepubliceerd worden, maken dat maar al te duidelijk. Op deze plek wordt ook de tekst afgedrukt die als leidraad diende voor performer en dichter Jasper Mikkers.

 

THE JASPERIENCE

 

1.

(dromerig)

vingers van lucht

beukende wind op leliebladeren

schacht van licht weerkaatst door tuinkasdakenribbenkast

hond zon schudt druppels uit zijn pels van fonkellicht

een vlucht van uitgegoten sabbelhagelparelglas

stuitert op een breking van de lucht naar kobaltblauw halsheelal

en zilverzucht stijgt op in dendoorharste ruggegraattermiek

oogglans reispeinst op gevleugeld droomgespuis

instrument op doortocht, strijkstok aangeschuurde kreeft

schittert ragfijn zeilend over kookschuim van bevleesde tijd

schietspoel geluid weeft een tapijt

waarmee het ongeziene oor opstijgt en zweeft

naar ijlten waar geen zwaluw of gehoorbacterie leeft

 

2.

(kort)

iet riet spriet tiet wiet

quitte friet beat Skyth griet

tweet vliet ziet skiet miet stiet speed

carbid gambiet krediet conduite acquit termiet limiet

muskiet bauxiet nitriet pyriet zoniet failliet

(sneller)

dendriet grafiet subiet Sji’iet Sanskriet

rampgebied suikerbiet erudiet karakiet malachiet satelliet

chrysoliet monoliet stalagtiet luisterlied parasiet deficit

diskrediet persmuskiet leukociet plebisciet travestiet Moskoviet

buddyseat Messerschmidt tripartite

Chateau Lafitte hermafrodiet kosmopoliet antisemiet meteoriet

Israëliet  vergeetmeniet  Amalekiet  man in the street

(erg langzaam)

hogedrukgebied  prerafaëliet  zweetsnikteenverdriet

babbelzeiktrutzevertiet  stelbalkruinkopspeekselspeed

schuurdopbrildoosremschoendruiloorschierdoodlied

brulslangslijmgrasdraaiboorgroefdeurtepelkarakiet

 

wiet wiet wiet wiet

stiet stiet stiet stiet

friet friet friewiet friewiet

wiet wiet

 

3.

(toonladder, zingen; toonladder terug half afbreken)

vet  smet  tred  zet  wet  Let  net  pet

pet net Let wet zet tred …

(langzaam)

vet  smet  tred  zet  wet  Let  net  pet 

doublet pamflet baguette pipet Colette falset motet closet korvet portret toupet bonnet chalet briket vignet courgette spinet

(sneller)

zeebanket (tut tut) strooibiljet (proekroe proekroe) ricochet (psjchioe.. psjchioe) kotelet (süpüp  süpüp) lunchpakket (speelee speelee) oesterbed (plons) silhouet (uh uh) goudrenet (pok dok dok) spanjolet (trüfü…) Móhammed (Mo ham met  mo ham met kaas mo ham met mosterd) loftrompet (sbèèèk) cabaret (schurp schurp) sigaret (teemee teemee) waterballet avondtoilet bagagenet cabriolet marionet watercloset aanplakbiljet drietrapsraket

(erg snel)

in flespost aangedreven alcoholgemillimeterd radeloos beademd dronkemansgebed

en toch warempelt beter op muziek- en achterblad een bosrijk schaduwkabinet
voorzie uw wenkbrauwboze teemfluit van een scheutje ultraviolet

(langzaam)

sss  aaa  xxx  fff  oo ooo nnnnn 

sa xo foonnnnn   oon! oon! oon!

4.

(langzaam)

verkapte muggenvangersousafoon bevoelt getingeltangelde halfvolwassen sperzieboon onder geluidvocht druppeldruipende bladerkroon  en verder weg flipflapt aan kopertin ontsproten knippatroon  o saxofoon  o in zijn reet gestoord contactpersoon  in zonbloemolie halfdoorbakken machtsvertoon drinkt port met in een onderbroek gevangen boventoon terwijl een brulbebrild plafonrugvliegend afgeslachtshormoon de lever rukt uit een sulfietgeel pepervormig kunstikoon

dans o koffieboon hiphop voor een judasloon met aambeipaarsig duizendschoon  verwerf voor haar de hufterkroon

tip tiptip synchroon sjabloon

uklup de kloon naar hoon, besperk de pi van poon naar pipyloon

(sneller)

oren  volkoren  spooksensoren

ongeschoren omnivoren  wederboren sycomoren  uitverkoren compressoren  vastgevroren receptoren  achterstevoren kinderkoren  afgezworen bloemkooloren  plompverloren kruisverhoren  unverfroren zonnegloren  hooggeboren riddersporen

(sterker steeds)

monitoren 

ezelsoren

semaforen

appelboren

inductoren

postkantoremeteoren

(climax)

vectoren

komforen

tremoren

questoren

amforen

tractoren

Azoren

(langzamer)

schoren

sporen

boren

voren

scoren

Noren

koren

oren

oo

oo

oo

o

o

rrr

rrr

urrr

unnn

unnn

nn

nn

n

n

n….


5.

klavier van kleuren

springparcours met hindernissen wit en zwart

rood en blauw door zwart omzwachteld

vleermuishuiden vastgespijkerd aan het linnen dat ooit vlas was hangende pannenlappen net ontsnapt aan vers gepatenteerde kleur- en brandgeurvreters

te vaak geplakte fietsband  

postzegels van pigment en olie op een boerenvloer gestrooid

enveloppen vol van schreeuwleven op weg naar meedogenloze zon

oogvoederemmers krioelend van psychotische kalknagels, diarree,  blufpoker in primairen  

zie ze door elkaar heen schuiven, zwerende speeches  gepiercete kringspieren, uitgeputte breinaalden, gebrainwashte speldkrullen, gekruisigde badmutsen, gepintolde waterkerstaarten, bultige papagaaischetenontwerper

en overal krijtmeeuwglansdroompoten, met in de verte op de fiets een

onaffe klootbroodsnijder, achterneef van kropdrolzééfbeoefenaar

de getormenteerde zakwasbufferschlemiel, waar is drieteenwaterzooidakdekker en carbidlamptolhoofdvoetschilder

bevriend ooit met bedropen snotmolkbeftrapezenmelkvogel


6.

zie dit fraaie lospaard rood  

hop roodvos doe de roodomrande hoefflikflak in roodomlande oefenwei 

(naar Paul:) roodbrood  roodnek  roodpoot  bilbloosrood

frapperend is dit panter geel  

de gele scheelpoederbrancardluis parasiteert op de knippergeeltor die leeft van geelteenbergvliegeruitwerpselen

(naar Levi:) geelkopgier geelgatje dofgeborstelde geelvink geelbalborstje

onvoorstelbaar toch, dit steenmeeuw blauw 

de steppenklauwvinkblauwe grofzak likte slaafs en berouwblauw de gootsteenstootblauwe anus van een loopse bleekinktblauwe remster 

(naar Paul:) dauwblauw pijnboomblauw eekhoornblauw  walvisheimweeblauw steltloperblauw roomblauw blauwkou

niets springt zo in het oog als putworm groen

de zee deinde oestergroen met luchtgekoeld paardenooggroen geflikker in meekrapgroen sterrenschijnsel

(naar Levi:) voorzichtigopendoengroen  veldslaschimmelgroen  dovenlampenkatoengroen doebroekgroen kefgroen

dat oogt redelijk bedaard, dat sufvlooi zwart  

het gifgasspeekselzwart schitterde fantastisch op het bloedzwart op de straat, weerkaatst door duivelsgatzwart etalagespiegelzwartglas

(naar Paul:) zwartbaars zwartkrijt zwaluwknerpkreetzwart  betonschaarsmeerzwart  meeszwart makizwart zwart zwart zwart

met potvis roze zit je altijd goed

een roze getepelde blauwmakreel bewonderde verbrande boboroze borsten in zee en aangloeiend horzelroze van ritsroze getimpaande bikinibroekjes

(naar Levi:) rattenjongenroze  droompinakelroze  verrijs o roze  stijg ten hemel eikelroze mild gestippeld Una Sancta maandagroze mottenbal

blankmol wit is ’s middags moeilijk te verkopen

sneeuwlijkwitje lijkt op een blinde vlek die zich onaangepast verplaatst in zorgvuldig opgekweekt, niet te ruig gekamd landschap

(naar Paul:) scheelwit zescilinderpitwit  brulmierwit droogklootpoederwit

7.

ool  kool  koud  hout  houd de dief  houd de kool  houtskool  op  op de schop  op  ier  pap   pap op pier pap van papier  papier  met houtskoolhalen  papier ophalen  parkeerpapier voor houtskoolhalen 

vegen houtskoolwegen, saxofoonidooldwaalvegen, energieke visschool bogen, lijnentrechter,  spiraalklankenvanger,  concentrische cirkellaagmachine,  langgespierde lussendrogerij,  aan hersenskrocht ontlokte vierkwartskwartskus, herfstdraadinspiratie krullenmagazijn

monochrome winkelwagenbolsjewiek!!!

 

8.

en toen gebeurde het dat in een zomerpiek een chic zich inliet met metriek, struisvogelpolitiek, kaballistiek, tongue-in-cheek

en neem een worteldoek en schiet die stuk vanuit een meelbestofte invalshoek en slam je in nog natte onderbroek tot in het neushaar van de Achterhoek

hier wordt het vlak geplooid tot herbivorig mantelpak

je ogen kijken strak vooruit met Hermes dansend op je wimper enkelband van maretak: zie hem: boevenpak, bewoner van een krantenbak

mensen van Lebak: dat ik uw zwijgen onderbrak: gevaarlijk glanst het watervlak, bejaag de zwarte kakkerlak, ja rook hem uit de engelenbak,  drijf hem in een cul-de-sac en breng hem mij, hier, in een trappelzak  mensen, mensen van Lebak


9.

Slottekst


Thema boekenweek: reizen


reis reis, reizigers

werelbolbevlooiers  flessenlikkers van de verte  wolkenpoten  droombeheupte dwaalblikvegers
onder sterrenhemels rugwaarts rollend mijtenbos
de wereld rolt zich af als maatlint van gesteente, water, zand

we glijden naar het ronder roder roetiger einde van de dag 

verzamelen vulsel voor de sloop en ruimte voor de kogel door ons hoofd 

wie aait de streepkopgans als hij de Himalaya overvliegt 

uitwisbaar als een Filippijnse Boeiing schiet ons lijf door tijd 

gek genoeg 

en niemand die, net in de tachtig, potten brillantine bij zich droeg
reis reiziger reis

rek uw schaduw uit tot Leverkussen, Suffolk Beach, Bean Bridge 

drijf uw visioenen bij elkaar, kam hun schaamhaar, knipoog tegen hun blauwe-reigerbenen

klapper met uw wieken, wacht op de eerste opvlieger 

maak van avondnieuws een trommelstok 

zeg ‘ik ben ik ben  ik ben hier hier geweest  het was een feest’ ‘en ben nu, ben nu, ben nu daar’ en neem een schaar en knip uw tenen af houvasten door en zeg ‘ik hoor, ik hoor niet hier  hoe ik  hoe ik  hoe ik…’

 


 

Dit bericht is geplaatst in Gedichten, stadsdichter. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.