BRUUT

Op 24 december 2013 ging in Paradox in Tilburg de 21e editie van Stranger than Paradox van start.
Naast Paul van Kemenade met zijn kwartet Three horns and a bass en het trio De Beren Gieren trad het kwartet Bruut op.
Als spreekstalmeester leidde ik het optreden van Bruut in met het volgende gedicht.

BRUUT

Woorden schieten te kort bij jazz-adept en recensent
Wat horen we? Als uit de hemel, aan een parachuut
valt woest en vunzig instrument na instrument
op ons hoofd en schouders neer: het jazzbeest Bruut
jazz gemengd met rock gespeeld door jonge honden
schaamteloos geflirt met afrobeat en grunge
jazz, hitsig, zweterig, verscheurend, ongebonden
heftig als te scherp gepeperde, te sterke punch
de grond gaat trillen, ruiten rinkelen en muren beven
de voorste rijen gillen, de lucht wordt heet
we worden gek van angst dat we dit niet overleven
de oerknal doet zich nog eens voor waar Bruut optreedt

Houd u vast, daar zijn ze dan, onstuitbaar geobsedeerd
Maarten Hogenhuis, die als een gek improviseert
Felix Schlarmann, drums, berucht om solo’s zo snoeihard
geweld gewoon dat elke verbeelding tart
dat veters knappen, bier bevriest, drinken sterft in gegorgel
Folkert Oosterbeek, de beulsknecht van het Hammond orgel
hij speelt zo sterk dat wijn over de rand heen klotst van het glas
En dan tot overmaat van ramp: Thomas Rolff, bas
Stoelen gaan dansen, harten staan stil, acuut

Geef ze een applaus, de mannen van Bruut

 

 

Dit bericht is geplaatst in Gedichten, stadsdichter. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.