Taal naar eigen schaal

 

TAAL NAAR EIGEN SCHAAL
(taal als metafoor voor innovatie*)

Proef taal vandaag op tong en tegen tanden.
Sta bij haar stil bij lopen en bij eten.
Gil, blaf, laat haar niet op uw lippen stranden.

In denken tast de tong de schedel af.
Bij een debat wordt taal op huid gezeten.
In dromen dansen woorden op een bal.
Het hoogste woord droomt van een festival.

Een taal wil ook van andere talen leren.
Taal loopt gevaar om in zichzelf te keren.
Taal mag niet stilstaan, moet zich innoveren.
Een echte taal wil internationaal.
De taal haalt over grenzen heen verhaal.
Uit taalontmoeting wordt iets nieuws geboren.

Vernieuwing van het denken zoekt naar taal.
|De taal brengt hart en hersens in vervoering.
Taal zorgt voor duurzame beroering.
De geest ontbloeit bij duurzaam taalgebruik.
Vernieuwing van de taal vraagt om beleid.
Bewaak de taal, behoud haar eigenheid.

Sociaal staat aan de wieg van elke taal.
Taal staat bij samenwerking van de delen.
Elk woord ontleent zijn zin aan samenhang.
Bij woorden zijn de zwakke even sterk als sterke.
Een woord werkt soms alleen, soms biedt het hulp.

Bij spreken kruipen woorden uit hun schulp.
Een woord dat meewerkt, vindt zijn eigen schaal.
Grootste nuance houdt van kleinste taal.

De taal zoekt vervolmaking in de daad.
Taal vindt zichzelf terug in resultaat.
Soms vindt de taal haar hoogtepunt in zwijgen.
Taal houdt ervan boven zich uit te stijgen.

 

* Op 7 november vond de derde editie plaats van het Pluk Innovatie Festival, dit keer in Tilburg, in de Koepelhal van de (verder te ontwikkelen) Spoorzone. Centraal stond de vraag hoe lokale initiatieven ingepast kunnen worden in overheidsbeleid.

Of ik als stadsdichter van Tilburg een gedicht wilde schrijven? ‘De opdracht voor jou komt neer op het maken van een gedicht dat gaat over de thematiek van het innovatiefestival Doe het zelf | stay connected. Het moet een gedicht zijn dat bestaat uit 55 dichtregels (of iets meer) die samen en liefst ook afzonderlijk passen bij het festival. Of dat nou de inhoud, de opzet of de sfeer van het festival is. De vorm en opzet staan vrij; het mag luchtig en/of iets om over na te denken zijn.’

Het gedicht moest dus 55 regels tellen, voor elke genodigde één persoonlijke regel. Gelukkig werd deze eis overboord gegooid. Ik mocht me beperken tot een gedicht van 25 à 35 regels.

Taalvernieuwing werd het thema van mijn gedicht. Taalinnovatie als metafoor voor sociale innovatie.

Toen het gedicht klaar was, schreef ik met een calligrafeerpen elke afzonderlijke regel op een vel speciaal papier, A4 formaat, in verschillende kleuren: zwart, blauw, rood, oker. Dat deed ik drie keer. De vellen werden ingelijst en aan het einde van het festival als herinnering meegegeven.

 

Dit bericht is geplaatst in Gedichten, stadsdichter. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.