De Stad Van… Jasper Mikkers

Elke zaterdag op Stadsgezicht de rubriek De Stad Van… Aan de hand van een aantal steekwoorden schetst een al dan niet bekende Tilburger zijn of haar beeld van de stad.

Café
Buurtcafé De Troubadour in de Capucijnenstraat was vanaf mijn studententijd mijn tweede huiskamer. Daar vond ik ontspanning ’s avonds met biljarten, toepen, flipperen. Café Weemoed kwam later in zicht. Dit café combineert graffiti op de wc, posterkunst op de muren, fotokunst, grafiek, een clientèle van alle leeftijden (ook al lijken jongeren soms per ongeluk aangespoeld), muzikanten, kunstenaars, dichters (tedere oplichters), kaarters. Weemoed is de artistieke kookpot van Tilburg.
Ik heb goede herinneringen aan Discotheek De Meulen op het NS-plein, de Sociëteit van de Katholieke Leergangen met Joop Verhagen als uitsmijter (ik schreef toen ik in de Tuinstraat woonde tot ’s nachts 04.00 uur en ging dan in de sociëteit iets drinken), de Juliabar op de Korte Heuvel, Voskens, De Egelantier in de Boomstraat.

Restaurant
Ik ga niet dikwijls uit eten, heb daarom weinig kennis van de culinaire mogelijkheden in Tilburg. Meesters biedt een gevarieerde kaart, is niet pretentieus, heeft een goede wijn en draagt zorg voor een vlotte bediening. (Een tijd lang vond daar het Tafelen bij Meesters plaats, eten met literaire vrienden naar het voorbeeld van de maaltijden beschreven in het boek Tafelen bij Magny, literaire diners in het Parijs van de negentiende eeuw.) Café Langenboom is ook prima. Laatst at ik heerlijk met vrienden in de tuin van Café Noir in de Nieuwlandstraat en ook in Sushi Suki, het sushirestaurant op het Piusplein. Af en toe loop ik De Burgerij in de Nieuwlandstraat binnen.

Snack
In Cafetaria De Engel op het Sint Annaplein eet ik af en toe een gehaktbal uit de sju, met een lik mosterd. Bij Bakker Bart in de Heuvelstraat laat ik een frikadelbroodje warm maken, bij de FEBO bestel ik wel eens een kippenpoot. Voor een snelle hap ga ik naar Easy Wok, het wokrestaurant in de Juliana van Stolbergstraat.

Kunst
In de openbare ruimte in Tilburg zijn veel kunstwerken te vinden, van abstract en conceptueel tot figuratief.
Ik heb me het meest beziggehouden met het werk van Wijnand van Lieshout, zijn installaties, assemblages, arrangementen: bizar, fantasierijk, filosofisch. De schoonheid van het leven in verval. Ik schreef er uitgebreid over op mijn website www.jaspermikkers.nl. De glaskunst van Jan Doms is bijzonder, interessant is ook het werk van diverse Tilburgse glaskunstenaressen.
In Tilburgse kunstateliers wordt hard gewerkt, maar ook heel wat in stilte geleden. Als ik er soms aan denk hoeveel kunst er gemaakt wordt die nooit mensenogen bereikt, dan word ik door huiver, medeleven en verdriet overvallen.
De brug van Körmeling is prachtig. Het Draaiend Huis is aardig als idee, maar de uitvoering is uiterst armzalig. Er woont niet eens iemand in, er is geen hond, geen planten voor de ramen. Het is niet meer dan een karkas. Niet alleen het idee, maar ook de uitvoering had bijzonder moeten zijn.

Natuur
Waardevol is de Oude Warande, met zijn sterrenbos en vijvers, fitnessroute en Siberische grondeekhoorn, de laatste als herinnering aan het Tilburgse Dierenpark. Soms fiets ik naar het Leijpark, om op een bank of deken in het Leijpark, in de zon, te picknicken. Het riviertje de Rovertse Leij in Gorp is fenomenaal, meanderend door landgoed Gorp en Rovert, vanaf Party-boerderij De Nieuwe Hoef naar het noorden. ‘Maar,’ hoor ik u zeggen, ‘ligt Gorp en Govert niet op het grondgebied van Goirle.’ Ja, maar Goirle is een wijk van Tilburg, al weten alleen de Goirlenaren dat nog niet. Dus het landgoed Gorp en Rovert ligt in Tilburg. En ook de Rovertse Leij.

Op de schop
De flat De Kattenrug moet weg, want is op de verkeerde plaats gebouwd. Ook het Koningsplein moet bebouwd worden, of overdekt en aangekleed met kleine winkels. De trilbeitel moet in het betonnen fontein op het Willemsplein en de  Pathé-bioscoop op de Heuvel moet zo snel mogelijk gesloopt, alsook het gemeentehuis (zwarte doos) en het oude Faxx-gebouw in de Tivolistraat. De muur rond Stadspark Oude Dijk moet om, zodat het park een toegankelijk plek wordt en deel gaat uitmaken van de stad.

Winkel
Er is geen winkel die ik vaker bezoek als La Poubelle, sinds ik vorig jaar een appartement voor mij alleen inrichtte. Onopvallend maar belangrijk is de superkleine werkplaats-winkel van schoenmaker Frans Hommersom, Heuvelstraat 54. Ik weet nog dat hij begon, als jong ventje. Het regent, de zon schijnt, het wordt winter, zomer, herfst, en altijd zit daar Frans de schoenmaker in zijn kleine winkel en repareert. Repareert. Er verandert niets. Ja, hij wordt ouder met het klimmen van de jaren, net als ik, maar dat is schijn. Dit winkeltje vertegenwoordigt de eeuwigheid in het tijdelijke. Is onderdeel van een sprookje. Mompel even een groet als u daar voorbij loopt.

Beste herinnering
Het optreden van Paul van Kemenade met het Metropole Orkest op donderdag 11 oktober 2007, in 013 is de herinnering aan iets geweldigs. Hij vierde in 013 dat hij 30 jaar op het podium stond. Als ik een God was en ik moest het scheppen van de wereld overdoen (dat lijkt me sowieso geen slecht idee), dan zou ik dat in 013 doen, onder de klanken van de saxofoon van Paul van Kemenade. Wat een beeld: een duister podium met alleen kleine lichtjes op de muziekstandaards van de orkestleden, als een horizontale sterrenhemel, Paul van Kemenade in een brede lichtstraal die uit de hemel viel, en dan zijn spel. Hij speelde waanzinnig goed, sereen, heldhaftig, nam het op tegen een ontketend orkest, in zijn eentje, vulde het heelal dat aan het ontstaan was, met schitterende klanken. Overwon. De Duisternis.
Nacht van het boek. Schouwburg, artiestenfoyer. Daar zat de schrijver Bob den Uyl. Hij wenkte me. Hij was dronken, zijn grote hoofd glom, hij lachte. Zijn mond hing scheef, door een hersenbloeding enkele jaren eerder. Ik ging zitten en hij vertelde een mop. Die mengeling van eenzaamheid, humor, wanhoop en levenslust, tragiek en triomf ineen, dat was een schitterend moment. Die mop? Ik verstond hem niet. Den Uyls mond en tong werkten niet meer mee.

Verdriet
Het verdwijnen van bepaalde gebouwen sloeg een wond in de beleving van de stad die nooit zal genezen. De reden daarvan is dat Tilburg een jonge stad is en weinig interessante gebouwen heeft die een historische uitstraling hebben of interessant zijn qua architectuur. Ik schrijf hierover in de roman Karl Marx Universiteit, roman van een revolutie.
Recent verdriet: de verwoesting van de tuin achter het klooster van de Rooi Harten, Bredaseweg, door bouwonderneming Van der Weegen. Die vernietiging, twee jaar geleden, van dit prachtige erfgoed van de congregatie van de missionarissen van het Heilig Hart is een misdaad waarvoor zowel de bouwonderneming als de congregatie aangeklaagd zouden moeten worden. Bovendien: deze tuin was Tilburgs erfgoed en bezit van de inwoners van Tilburg, want klooster en tuin zijn gebouwd met giften van de Tilburgers.

Borrelen met
Regelmatig ontspan ik me met vrienden en andere bezoekers in Café Weemoed en De Troubadour. Ik drink regelmatig op donderdag in ’t Buitenbeentje een glas met The Boys, een uitermate sympathiek zootje waarbij ik me thuis voel en dat ongeregeld aanwaait en vertrekt. Soms spreek ik apart af met een goede vriend zoals met Anton Dautzenberg, Chris Ketelaars, Frank Tilemans, Jac. van de Ven e.a..

Eeuwig Zonde
Eeuwig zonde is het ontoegankelijk maken van open zwemwateren, zoals jaren geleden De Blauwe Hoef aan het kanaal bij Koningshoeven, De Put van Reef daarna in Hulten (het afsluiten voor publiek van dit water is een van de onvergeeflijke wandaden van Berry Stok, toenmalig directeur van Tilburgsche Waterleiding Maatschappij), het bouwen op dit moment rondom de afgraving bij het Mill Hill College in de Tilburgse woonwijk Goirle. Paradijselijke wateren waren het waar nu niet meer gezwommen kan worden. Op warme dagen fietste ik graag naar een afgraving, zwom er naakt, lag even in de zon, en hop, terug naar de stad en weer aan het werk. Dat is nu onmogelijk gemaakt.
Eeuwig zonde is dat stad en universiteit nog altijd niet zien dat Tilburg een interessante rol gespeeld heeft in de boeiendste periode na de Tweede Wereldoorlog, namelijk de tweede helft van de jaren zestig, met de bezetting van de toenmalige Katholieke Hogeschool Tilburg, nu de Universiteit van Tilburg. Het waren de enige jaren dat Tilburg wereldnieuws maakte.
Eeuwig zonde is ook de dood van de Bananenkoning. Sinds hij verdween, kun je van een zaterdagmarkt nauwelijks nog spreken. Onvervangbaar was hij in stem en verschijning. Een groot verlies is ook de verdwijning van de viswijven op dezelfde zaterdagmarkt, op het Koningsplein, in hun kraam, in de geur van vis, in de winter, met hun grove handen, rokken, schorten, hun geschreeuw, hun tijdloze aanwezigheid. Bij hun kraam lag Tilburg aan zee.

Ontspanning
Ik zoek graag ontspanning in theater (toneel), cinema, café, aan het water, in bed. Ik maak graag natuurwandelingen. In het verleden zat ik soms zo vast aan mijn werk dat ik alleen ontspanning kon vinden door op reis te gaan. Een van de mooiste en effectiefste vormen van ontspanning is fietsen, meestal niet in de stad, maar eromheen of verder weg, waarbij ik op zoek ga naar onbekende weggetjes en plekken. Bewegen om te ontdekken. Steeds op zoek.

Dit bericht is geplaatst in stadsdichter, Teksten. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.