Roothaert is een Tilburgse auteur

Oorspronkelijk geplaatst op 21 november 2007.

Op 21 november 2007 schreef ik een reactie op een column van Ed Schilders. Door het pamflet dat Anton Dautzenberg schreef en in maart 2013, tijdens het literair festival TILT, werd gepubliceerd, is die reactie opnieuw actueel geworden. De titel van Dautzenbergs pamflet luidde: Hoe De Grote Schrijver Mr. A. Roothaert UIT TILBURG WERD VERBANNEN Door Ed Schilders En Andere Lafaards.  Hieronder volgt de blog uit 2007.

Op 8 november wijdde Ed Schilders in het Brabants Dagblad een column aan uitspraken van mij over de literatuur in Tilburg. Die uitspraken deed ik in een interview dat een verslaggever van datzelfde Brabants Dagblad met mij had. De column volgt hieronder. Mijn antwoord op deze column werd op 20 november gepubliceerd in het Brabants Dagblad. De volledige tekst volgt hieronder, op de column van Ed Schilders.

Besef

Is mr. Anton Roothaert, de auteur van de doctor Vlimmentrilogie, een Tilburgse schrijver? En is ‘Doctor Vlimmen’ dan ‘het beste Tilburgse boek ooit’? Roothaert werd geboren in 1896 in de Piusstraat, en het gezin woonde later in de Telefoonstraat. Als hij een Tilburgse schrijver is, dan toch een die in Tilburg geen letter heeft geschreven. Hij verliet de stad in 1930 nadat echtscheidingsperikelen (mevrouw Roothaert nam de benen met een textielfabrikant en zette de dochter in de Telefoonstraat bij pa op de stoep) hem het werken als advocaat en als docent aan de Katholieke Leergangen onmogelijk hadden gemaakt. Met zijn tweede echtgenote ging hij in Antwerpen wonen, en daar begon hij met schrijven. Ik zou hem liever een Antwerpse schrijver noemen.

Mr. Anton Roothaert is door Tilburg uitgekotst. Het is daarom nog maar de vraag of hij verguld zou zijn geweest met een uitspraak van schrijver Jasper Mikkers, vorige week in deze krant. Mikkers werd geboren in Oerle in de gemeente Veldhoven, maar schreef al zijn werk in Tilburg, en hij is dus een Tilburgse schrijver. In die hoedanigheid betreurde Mikkers het dat er in de stad vrijwel niets herinnert aan Roothaert en Vlimmen. Hij noemde dat een ‘gebrek aan historisch besef’. Ik vroeg me verontrust af wat ik dan allemaal vergeten was te beseffen. Wat mij betreft mag Roothaert als wedergoedmaking op een van de vele rotondes een ronddraaiend standbeeld ten voeten uit krijgen, laat dat duidelijk zijn, maar wat zijn specifieke belang voor de Tilburgse cultuur is geweest behalve dat hij nog een tijdje heel verdienstelijk ivoor heeft gesneden in de biljartfabriek van zijn vader, dat ontgaat me.

Of heet dat belang ‘Vlimmen’? In hetzelfde artikel las ik dat Mikkers samen met collega Anton Dautzenberg werkt aan ‘een evenement over Roothaert: lezingen en een heruitgave.’ Het moet plaatsvinden in het jubeljaar 2009. Dat bracht me een e-mail-rondschrijven in herinnering dat ik ongeveer twee maanden geleden ontving. Daarin wordt door Dautzenberg het voornemen aangekondigd om in 2009 ‘Vlimmen’ opnieuw uit te geven. Met de vraag of ook ik me achter dit project wil scharen. Dat wil ik niet. Omdat ik ‘Doctor Vlimmen’ veeartsenijkundig weliswaar onderhoudend vind maar letterkundig niet bijzonder, en dus zeker niet, zoals Dautzenberg zeer origineel schrijft, ‘het beste Tilburgse boek ooit’. Dautzenberg meent ook dat Roothaert met het stadje Dombergen in ‘Doctor Vlimmen’ Tilburg bedoelt, maar dat is een gebrek aan literair-historisch besef. Roothaert zelf heeft geschreven: ‘Dombergen is een Brabantse fabrieksstad, die het midden houdt tussen Bergen op Zoom, Roosendaal, Tilburg, Eindhoven en Helmond.’

Trouwens, zo’n evenement rond Roothaert heb ik al eens meegemaakt. In 1996. In theater De Vorst. De middag werd indrukwekkend gesloten door een Antwerpse Roothaert-vriend. Zijn laatste woorden waren: ‘Roothaert werd hier geboren, maar hij was van ons.’

Tot zover de column van Ed Schilders.

hieronder volgt het antwoord.

‘Anton Roothaert is minstens net zo veel Tilburger als Peerke Donders’

In zijn column van 8 november 2007 beweert Ed Schilders niks te begrijpen van mijn uitspraak dat in Tilburg ‘historisch besef ontbreekt’. Hij citeert uit een artikel van Joost Goutziers van 2 november. In het telefonisch interview dat ik tevoren met Joost Goutziers had, zei ik ook nog dat voor succesvolle Tilburgse auteurs weinig respekt is. In Tilburg tenminste. Mijn opmerkingen sloegen niet alleen op Anton Roothaert, auteur van Doctor Vlimmen, maar ook op de auteurs die eerder in het artikel werden genoemd: Willem Lenglet, beter bekend onder zijn pseudoniem Ed de Nève, en Walter Breedveld. Alleen voor de dichter Anthony Kok bleek de laatste twee decennia in Tilburg enige belangstelling.

Ook dacht ik bij mijn uitspraak aan al die levende schrijvers en dichters die hun wortels in Tilburg hebben, maar weggegaan zijn: Frans Boers (pseudoniem Jacq Firmin Vogelaar), Arnold Heumaker, Michel Kuypers (pseudoniem K. Michel), Astrid Lampe, Ivo de Wijs, Raymond van de Klundert (pseudoniem Kluun). Waarom bestaat er absoluut geen belangstelling voor deze auteurs? In Tilburg.

Als ik zeg dat er weinig historisch besef is in Tilburg, bedoel ik niet dat Roothaert een straat naar zich genoemd moet krijgen of dat er een ronddraaiend standbeeld van hem moet komen op een rotonde. Wat ik wil, is dat als ik in het Tilburgs gemeentehuis mijn nieuwe rijbewijs afhaal en de naam Roothaert laat vallen, de baliemedewerkster met een glimlach zegt: ‘O ja, en dan vooral die passage waarin …’ En dan noemt ze een door Roothaert beschreven voorval in een van zijn romans. Of ze citeert een alinea, en eindigt zuchtend met de vaststelling: ‘Fantastische regels, niet? Dat vind ik nou echt mooi.’ Een schrijver gaat niet leven en wordt geen deel van de levende Tilburgse cultuur als zijn naam op een verloren straatnaambordje prijkt of als hij ergens in een parkje een standbeeld krijgt.

Roothaert was een provocerend auteur, voor katholieken wel te verstaan. Hij nam de katholieke moraal van die dagen op de korrel en deed dat met overgave en een groot talent. Sommige hedendaagse bewonderaars van zijn werk houden van dat provocerende element. Een van hen is Anton Dautzenberg. Hij liet een oproep rondgaan op internet om in 2009, het jaar dat Tilburg als stad 200 jaar bestaat, het eerste deel van Doctor Vlimmen opnieuw uit te geven en evenementen rond de uitgave te organiseren. Ed Schilders ondertekende de oproep niet. Omdat, volgens hem, Doctor Vlimmen ‘letterkundig niet bijzonder is’. Dit is een discutabel standpunt waarmee velen het oneens zijn. Ik ben ervan overtuigd dat Schilders om een andere reden niet ondertekende. Dautzenbergs oproep bezat een polemische toon en voor katholieken provocerende regels die aan Roothaert herinnerden. Meerdere Tilburgers ondertekenden de lijst om die reden niet, ook al stonden ze sympathiek tegenover het idee voor een heruitgave en aandacht voor Roothaert en zijn werk.

Ook Schilders die graag ondergedompeld zit in katholieke tradities en devotionalia, voelt zich tegen de schenen getrapt. Door Roothaert. En Dautzenberg.

Schilders zegt in zijn column dat Roothaert geen Tilburgse schrijver is en Doctor Vlimmen geen Tilburgs boek. Zijn redenering is: Roothaert was weliswaar 34 jaar oud toen hij Tilburg verliet, maar pas in Antwerpen begon hij met schrijven. Dit is een wonderlijk beperkte opvatting van het schrijverschap. Roothaert bracht zijn kinderjaren, jeugd en deel van zijn arbeidzame leven in Tilburg door. In die jaren werd hij gevormd en werd de basis voor zijn schrijverschap gelegd. Gezegd kan worden dat Tilburg ongewild Roothaert tot het schrijverschap veroordeelde door onmogelijk te maken dat hij zijn beroep van advocaat en leraar aan de Katholieke Leergangen nog langer uitoefende. Hij werd gedwongen een nieuwe carrière te beginnen en koos voor het schrijverschap. Daarnaast, Tilburg was wel degelijk een inspiratiebron voor Roothaerts schrijverschap. In meerdere boeken – zeker ook Doctor Vlimmen – zijn passages aan te wijzen die geënt zijn op Tilburg, en één boek, Oom Pius, is in zijn geheel aan Roothaerts kinderjaren in Tilburg gewijd.

Schilders opvatting over Roothaert als Tilburgs auteur is ook heel on-Tilburgs. Vincent van Gogh vertoefde één jaar in Tilburg, dwaalde er verloren wat rond, maar er moet nu in het Paleis van Willem II wel een ruimte als tekenlokaal worden heringericht, want daar heeft Van Gogh ooit op een schoolbank gezeten. Van Gogh is een Tilburger. Ook troffen we afgelopen dagen paginagrote advertenties aan in het Brabants Dagblad: er moet een museum komen voor Peerke Donders. Waarom? In de visie van Ed Schilders immers is Peerke Donders geen Tilburger. Hij bracht veel minder jaren in Tilburg door dan Roothaert en verrichtte zijn goede werken ver weg, in Suriname.

Een schrijver kan van meerdere mensen en meerdere plekken op de aardbol zijn. Het is prachtig als je je schrijver met anderen kunt delen. Nee, Roothaert is geen Tilburgse schrijver, zoals hij ook geen Antwerpse schrijver is. Zijn boeken werden vertaald in andere Europese talen, ze werden verfilmd en zijn bekendheid reikte tot ver over de grenzen. Hij is een Europese schrijver.

IJzersterk vindt Schilders de uitspraak van een Antwerpse oud-schepen tijdens een Roothaertsymposium in Tilburg: ‘Roothaert werd hier geboren, maar hij was van ons.’ Toen ik in Suriname was en de houten kathedraal met het graf van Peerke Donders bezocht, vertelde ik de beheerder dat in Tilburg geld werd ingezameld om de kathedraal te restaureren en dat Peerke erg geliefd was in Tilburg. Hij keek me aan: ‘Als je maar één ding weet,’ zei hij. ‘Peerke is in Tilburg geboren. Maar hij is hier begraven. En hij blijft hier. Want Peerke is van ons.’

Dit bericht is geplaatst in Blogs. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.