Poëzie van Martijn Neggers – Als ik sterf, wil ik in de fik

 

Recensie van Tegen de draad, van Martijn Neggers, door Jasper Mikkers

Het is moeilijk te geloven, maar hij heeft met zijn 23 jaren al een indrukwekkende lijst activiteiten op zijn naam staan. In 2006 richtte hij de funkpopformatie Bad Hair Day & the Cardinals op, en na wat geëxperimenteer in het theater, bracht hij in 2009 een zestal muzikanten bijeen in het muzikaal poëziecollectief Voor Alsnog Live. Dit collectief begeleidt hem bij zijn ritmische explosies. Maar hij wist ook toetsenist Tijn Driessen en dj-duo Captain Awesome&his royal Dudeness aan zich te binden in De Grote Wisselendsuccesformule, ‘poppoëzie in haar puurste vorm, aangelengd met vreemde en obscure synthesizergeluiden’. Hij schrijft vitale, bevattelijke poëzie en is bovenmatig geïnteresseerd in dinosauriërs. Hij vertaalde een musical en schreef een toneelstuk en treedt regelmatig op, zoals –  zij het voorlopig nog eenmalig – met André Manuel. In het radioprogramma Popov the Air van Radio Valkenswaard spreekt hij elke week een column uit. Met reuzenslagen timmert deze dichter en literaire entertainer aan de weg. Zijn naam luidt Martijn Neggers.

Op 25 november presenteerde hij zijn eerste, bij een officiële uitgever uitgegeven dichtbundel, getiteld Tegen de draad. Eerder verscheen in een beperkte oplage in eigen beheer de dichtbundel Voor Alsnog.

Voorin de nieuwe bundel staat de tekst: ‘Gewapend met gedichten over meisjes, dinosaurussen, koffie en bergen andere gedichtentrekt Marijn Neggers er met Voor Alsnog Live op uit om poezie te laten stranden waar hij vindt dat zij thuishoort: in de donkere hoeken van café’s, circustenten en zo klein mogelijke theaters.’ Martijn Neggers is geen dichter die op een zolderkamer poëzie wil zitten schrijven en verder zo geruisloos mogelijk door het leven wil gaan. ‘Ik probeert de poëzie uit de boekenplanken te trekken en zo hard mogelijk op straat te laten kletteren. Zodat iedereen het hoort.’ Poëzie moet een plek krijgen in het alledaagse leven en tot in de verste uithoeken aanwezig zijn.

En hij neemt zich voor geen gebaande paden te gaan, nee, hij roeit liever tegen de stroom in, wil nergens bij aanhaken, wil zijn eigen weg gaan. In een van de eerste gedichten, het titelgedicht Tegen de draad, verwoordt hij dat als volgt:

Ik wil niet jammen in een toonsoort

Ik wil niet zingen in de maat

Ik wil niet dansen in her ritme

Ik wil geen sweater die me staat

Neggers ziet zichzelf als ‘een uitgesproken popschrijver. Toegankelijk, open, pop’. Wie de gedichten in Tegen de draad leest, bespeurt toch ook een sterke invloed van de bluescultuur. Het gedicht Blues begint met de regels: ‘Als ik nu toch/ Blues kon spelen/ Had ik mijn gitaar/ Al in mijn nek hangen’. Hij speelt weliswaar geen blues, maar voelt wel een sterke verwantschap met de geest en onderwerpkeuze van de blues.

In zijn dichtbundel pakt hij thema’s aan die bij voorkeur in de blues aan de orde komen: dronkenschap, ongeluk in de liefde, gekte, eenzaamheid, dood, kuilen in de weg, somberheid, andere ellende. De titels van de gedichten laten ook weinig te raden over: MISVERSTAND, UITDROGEN, VLEESKUDDE, NA DE ZONDVLOED en ELLENDE. Het leven loopt niet op rolletjes. In het gedicht KIFT deelt zelfs de hond in de algemene malaise. Iemand wordt zo door zijn virtuele Nintendo-hond Heinrich in beslag genomen, dat de echte hond geen aandacht meer krijgt. ‘hele dagen in mijn mand/ Moederziel alleen/ Een beetje huilen/ En aan mijn ballen/ Likken’. En ook de rups die hij Jos noemt, in het gedicht UITDROGEN, is ‘doodgebeten, platgetrapt, besmeurd met zand’, en het is het lot van de mens om net als Jos helemaal uit te drogen: ‘Voorbestemd om uit te drogen/En jij en ik al helemaal’. Van Christus hebben ze, voordat ze hem aan het kruis sloegen, ook nog eens zijn shag afgepakt terwijl Judas de week ervoor ook nog eens de laatste wiet verpatste. (HET IS GESCHIED)

Kan het erger?

Zoals gezegd: vele gedichten hebben een bluestoon: weemoed en rampzaligheid, maar de ellende wordt wel met kwinkslagen en humor gerelativeerd. Door de treurigheid van het leven heen klinkt steeds een vitale aansporing. ‘Dus stopt het zaniken en zing’ en ‘Stopt het zever uit volle borst./ Zing.’ (TE JONG VOOR SENTIMENT). Het leven is allesbehalve een en al schittering, maar toch, ook al heeft het weinig zin, we kruipen telkens onder de puinhopen vandaan en slaan ons met frisse moed door de misère heen. Veel keuze hebben we trouwens niet. In een gedicht dat OPEN SOLLICITATIE heet, belooft hij zijn toekomstige liefste elke dag de krant van morgen te brengen en ‘als ik het volhoud’ ook een ‘hardgekookt ei’.

In een ander gedicht, KOFFIEDIK, grijpt hij al vooruit op zijn eigen dood. Hij spoort zijn nabestaanden nu al aan van zijn as, dus na de crematie, lekkere koffie te zetten. ‘Als ik sterf, wil ik in de fik/ Donkergeroosterd, fijngenalen/ Een bakkie, een kopje, is goed voor elk’. Hij geeft de nodige aanwijzingen hoe die koffie het best gezet kan worden, in elk geval als ‘snelfiltermaling’.

Weltschmertz spat van elke pagina, de dichter wil veel meer dan er mogelijk is en botst voortdurend tegen de grenzen van het bestaan. Daar staat tegenover dat romantische gevoelens steeds met een knipoog onderuitgehaald worden en zo worden ontdaan van teveel sentiment. Daarin verschilt Martijn Neggers van de echte bluesman: hij doet meer dan zijn weemoed beschrijven. Hij wil verder, neemt geen vrede met constateren en kauwen op de ontoereikendheid van het bestaan. Hij is ‘te jong voor sentiment’.

Martijn Neggers zal komende jaren zijn thematiek ongetwijfeld verdiepen en verbreden en heeft dan de oproep die hij aan zichzelf doet, ‘niet zeuren, schouders recht en verder’ niet meer nodig. De ‘Valkenswaardse branie en een flinke schep puberale dwarsheid’, een typering die Neggers zelf gebruikt, zullen plaatsmaken voor een verdere ontdekking en uitwerking van eigen thema’s, vertrouwen in eigen talent en een verdere ontwikkeling als performer. Tegelijk zal hij wellicht de charme van het tegen de draad in opereren (willen) behouden.

We zullen opnieuw en nog dikwijls van hem horen.

De dichtbundel Tegen de draad is uitgegeven door Uitgeverij Lipari BV in Vleuten (info@lipari.nl) en te koop in de Tilburgse boekhandels. Het aantal pagina’s bedraagt 64 en de prijs is 12,50 euro.

Dit bericht is geplaatst in Blogs. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.